De bron van het lijden

Laten we nu die emmertjes (uit puntje 1), die vele verlangens eens goed bekijken aan de hand van een voorbeeld. Stel dat je heel graag voetbalt dan ben je misschien bang dat je vandaag niet kan meespelen, dan word je misschien boos tegen de persoon die je dat zegt en dan kan je verdrietig zijn omdat je op de bank moet blijven zitten. Voor je leerde voetballen, was dat verlangen er niet en kon je bijgevolg ook niet geraakt worden als men je zou verhinderen om te voetballen. De emmer met dat verlangen bestond nog niet. Kortom: verlangen, is hier de oorzaak van het lijden. 

Het is als iets vastpakken met je denken en hoe meer je het wil hebben, hoe moeilijker het is om het los te laten en hoe groter de pijn kan zijn. Nu leren we de taaldozen (puntje 2) maken en we willen iemand zijn of worden omdat de maatschappij dat van ons wil. We leren acteren. Stel dat ik cool wil zijn en onder cool versta ik dat ik mij gedraag alsof ik onkwetsbaar ben want ik heb geleerd dat men dan naar je opkijkt en dat wil ik wel want dan voel ik mij veiliger. Cool willen zijn, is ook een emmer. En die is misschien heel erg vol met verlangen. Maar zoals we hiervoor al leerden, is een emmer een bron van lijden. Wanneer nu iemand tegen mij zegt: 'Man, jij bent helemaal niet cool' dan raakt mij dat en voel ik mij misschien angstig, boos of verdrietig. Ik ervaar innerlijk conflict. Meer nog ... cool willen zijn op deze manier gaat tegen de natuurlijke stroom van zijn in. Een heel jong kind zal spontaan zijn emoties uiten omdat dat de natuurlijke impuls is. Maar in de wil om zich onkwetsbaar te tonen, gaat men alle uiting van kwetsbaarheid vermijden. Men blokkeert de eigen gevoelens, natuurlijkheid en vrije stroom van energie. De emmer is als het ware een grote rotsblok geworden in de eerst zo vrije stroom van zijn zodat de stroming vermindert. En met elke nieuwe wens om ook nog zo of zo te zijn ... wordt de vrijheid van het natuurlijke zijn van het kind steeds meer aan banden gelegd. En wanneer voldoende taaldozen en emmertjes gevuld zijn of delen van het huis voldoende zijn opgebouwd, ontstaat bij het kind op een bepaald moment voor het eerst het gevoel van 'Dat ben ik'. Het huis valt nu helemaal op zijn plaats en de delen worden verenigd.  En de opbouw gaat gewoon verder.

De rotsblokken stapelen zich steeds meer op en de eens zo vreugdevolle, liefdevolle natuur wordt zachtjesaan bedolven onder rotsblokken van willen zijn en worden.  Wanneer iemand er zichzelf van overtuigd heeft dat cool zijn belangrijk is en dit ten volle wil zijn, kan men er misschien op gewezen worden dat men niet zo cool is als men dacht. Dat doet pijn en het vergelijken begint. Is dat wel zo?  Men vergelijkt zich met iemand die volgens de eigen doos nog cooler is en nu gaat men voor zichzelf de lat nog hoger leggen. Men wil ook zo cool zijn en de eigen gevoelens nog meer onderdrukken. De rotsblok wordt nog groter want pas dan meent men oké te zijn. En terwijl men dit doel (cool zijn of cooler zijn) najaagt, wordt het denken heel actief zowel met het verleden (Waarom vond men mij niet zo cool ?) als met de toekomst (Ik word elke dag cooler. Dat ga je zien). Die verlangende gedachten komen vanzelf als luchtbelletjes aan het wateroppervlak maar als het gaat om angsten zijn (Zal ik wel ooit zo cool zijn ... denkt men dat ik niet cool ben ?) zijn het eerder onder water gedrukte balletjes die af en toe ontsnappen en plop ... daar verschijnen ze ook aan het oppervlak, aan ons bewustzijn om vaak terug weggedrukt te worden.

De stilte in het hoofd van het kind wat echt in NU is, heeft plaats gemaakt voor een steeds meer in de TIJD (verleden en toekomst) zijn. De stroom van vreugde en liefde en spontaniteit is nu ketting van emmertjes en de bijhorende emoties geworden. Want wanneer men niet voldoet aan die hoge lat volgt vaak zelfkritiek en negativiteit. En opnieuw horen daar niet zo'n leuke gevoelens bij en dus rotsblokken.

Maar laten we die rotsblokken nu eens goed bekijken want wat maakt ze groot of klein en welke zijn er zoal ? Wat verstoort er allemaal de stroom ? De stroom is, zoals we reeds vertelden, de natuurlijke vrije energie. Vrij betekent dat ze niet gedwongen wordt om anders te stromen als ze van nature wil. Nu is er in elke mens een heel wijze stem, de stem van intuïtie en intuïtie weet hoe de stroom wil stromen. Intuïtie weet wat goed is voor ons op elk moment. En indien wij hiernaar luisteren en doen wat intuïtie van ons vraagt dan blijft de stroom vrij en blijft de vreugde, de liefde, de spontaniteit ... en alles wat daarbij hoort. Luisteren wij echter niet naar deze stem en kijken wij door onze zelfgemaakte bril waarin we bijvoorbeeld nu humoristisch willen zijn (terwijl ik dat niet zo voel) dan werken we tegen de stroom in. We plaatsen een rotsblok.  Deze rotsblok zal groter zijn naarmate we iets sterker willen en dus meer tegen de stroom ingaan. En hoe groter de rotsblok hoe groter het lijden kan zijn. Want hoe meer ik iets wil, hoe meer er verloren kan gaan. Deze rotsblokken hebben niet enkel te maken met zelf iemand willen zijn.

We willen vaak ook dat anderen sympathiek, eerlijk, rechtvaardig, belangrijk of wat dan ook zijn ... en ook dit kan dus lijden geven.

Tenslotte spreekt het vanzelf dat hoe meer rotsblokken en hoe groter die rotsblokken zijn , hoe minder er overblijft van de natuurlijke stroming. En bijgevolg zal de eens zo grote positiviteit van het kind wat uitstraalde doorheen de vreugde en de liefde bedolven worden onder de zwaarte van rotsblokken. Deze zwaarte van niet-goed voelen die ontstaat door tegen de stroom in te gaan, maakt een persoon veel vatbaarder voor negativiteit. Wanneer nu deze negativiteit groeit en men deze steeds meer tegen zichzelf gaat gebruiken, ontstaat een nieuwe rotsblok door louter negatief denken.

Nog anders gezegd, kan men het groeiende aantal rotsblokken zien als toenemende rollen van een acteur die steeds maar meer en meer in zijn rollen verstrikt raakt. En bijgevolg verliest hij de oorspronkelijke spontaniteit en innerlijke vrijheid in een toenemende verkramping van iemand anders moeten zijn. Dit geeft lijden enerzijds door tegen de stroom in te gaan en anderzijds door kwetsuren die ontstaan doordat de rol afgewezen wordt door jezelf of anderen. Bovendien geeft deze verkramping energieverlies omdat men energie moet gebruiken om de eigen vrije natuurlijkheid op te sluiten in de rol die men zichzelf oplegt.

De volwassen mens is nu helemaal verdwaald in een wereld van dozen, tijd, acteren en lijden, een wereld die hij zelf heeft gemaakt.